Alleen boven bepaalde drempels: de vergunning voor een aggregaat op je bedrijf hangt af van je gewest, het vermogen, de draaiuren en de brandstoftank. De AREI-keuring geldt overal. Onze gids over noodstroomvoorziening voor je bedrijf vergelijkt UPS, generator en batterij. Een bedrijfsbatterij neemt de korte pannes over, zodat je aggregaat minder vaak start.
Misschien stond het aggregaat al achter de loods toen je de site overnam, of sloot de elektricien het aan na de laatste stroompanne. Over een vergunning sprak niemand, tot de milieu-inspecteur het register van de draaiuren vraagt of de verzekeraar wil weten of de dieseltank gemeld is.
Het addertje: de vrijstelling geldt maar zolang het aggregaat een zuivere noodstroomgroep blijft.
Welke regels gelden voor de vergunning van een aggregaat op je bedrijf?
Vijf soorten regels, van verschillende overheden. Het gewest beslist over de omgevingsvergunning, het AREI (de Belgische regels voor elektrische installaties) over de keuring, de netbeheerder over de link met het net. Tank en geluid hebben eigen regels.
| Regel | Waarover | Wie beslist |
|---|---|---|
| Omgevingsvergunning of melding | Het aggregaat, de motor en de draaiuren | Vlaanderen (VLAREM), Wallonië (permis d'environnement), Brussel |
| Elektrische keuring | Het aggregaat, de omschakelaar en de bekabeling | Federaal: AREI, door een erkend keuringsorganisme |
| Netaansluiting | Of het aggregaat parallel met het net mag werken | Synergrid C10/11, je netbeheerder |
| Opslag van brandstof | De dieseltank, ingebouwd of apart | Dezelfde gewestelijke regels, met eigen drempels |
| Geluid | De machine en de plaats waar ze staat | Europese productregels plus gewestelijke en lokale regels |
Elk gewest kijkt naar een ander getal. Vlaanderen kijkt naar het vermogen in kVA en het thermisch ingangsvermogen, Wallonië naar het thermisch vermogen, Brussel naar het motorvermogen.
Heb je een omgevingsvergunning nodig voor een noodstroomaggregaat in Vlaanderen (VLAREM)?
Meestal niet, als het een echt noodstroomaggregaat is van minder dan 400 kVA dat minder dan 100 uur per kalenderjaar draait. Volgens het Departement Omgeving zijn zulke noodstroomgroepen niet ingedeeld in VLAREM-rubriek 12.1 (elektriciteitsproductie). Je moet wel registreren hoeveel uur ze draaien.
De motor heeft een eigen rubriek, 31.1 (stationaire motoren), vanaf 300 kW thermisch ingangsvermogen. Motoren onder 1 MW thermisch die een noodgenerator aandrijven en minder dan 100 uur per jaar draaien, zijn ook niet ingedeeld. Beide grenzen gelden per noodstroomgroep.
Tussen 100 en 500 uur per jaar telt een noodstroomgroep maar voor 50% van zijn vermogen mee. Dat speelt als je het vermogen van de hele site optelt.
VLAREM noemt een noodstroomgenerator een installatie die de stroom garandeert bij problemen met de levering via het net. Het Departement Omgeving kreeg de vraag over een aggregaat dat daarbovenop 2 tot 4 uur per week de productie ondersteunt. Het antwoord: dan is het geen noodstroomgenerator.
Boven die grenzen is het aggregaat ingedeeld: een melding of een omgevingsvergunning, afhankelijk van het vermogen. Je gemeente zegt je wat voor jouw site geldt.
Welke regels gelden voor een aggregaat in Wallonië en Brussel?
Beide gewesten vangen kleinere aggregaten dan Vlaanderen, en geen van beide kent dezelfde vrijstelling tot 400 kVA. Controleer het voor je koopt, niet erna.
Wallonië deelt een aggregaat in als verbrandingsinstallatie, op basis van het nominaal thermisch vermogen. Van 0,1 MW tot 1 MW thermisch is het klasse 3: een verklaring (déclaration) bij je gemeente, 10 jaar geldig. Vanaf 1 MW is het klasse 2 met een vergunning, en de rubriek maakt geen uitzondering voor noodgebruik.
Thermisch vermogen is niet het getal op de verkoopfolder: kijk op het typeplaatje of vraag het de leverancier. Met typische dieselwaarden (arbeidsfactor ongeveer 0,8, elektrisch rendement ongeveer 33%, Departement Omgeving) is 0,1 MW thermisch ruwweg 40 kVA.
Brussel deelt noodstroomgroepen met een motor van minstens 20 kW in onder rubriek 104: een aangifte of een milieuvergunning. Leefmilieu Brussel legt voorwaarden op:
- Gebruik het aggregaat enkel als het net uitvalt, of voor testbeurten; nooit om pieken af te vlakken (peak shaving).
- Plaats een urenteller en hou de jaarlijkse draaiuren bij (in Vlaanderen enkel nodig voor de vrijstelling).
- Laat het minstens een keer per jaar controleren en onderhouden, zoals de fabrikant voorschrijft.
- In een gebouw hebben wanden, vloer en plafond een brandweerstand van een uur. De uitlaat zit minstens 8 meter van elke opening of verse-luchtinlaat.
Heb je een vergunning nodig voor de dieseltank van je aggregaat?
Een ingebouwde tank tot 2.000 liter meestal niet, een aparte tank vaak wel. In Vlaanderen is een tank die als een geheel met een CE-keuring in het aggregaat zit, geen opslagplaats volgens VLAREM, tot 2.000 liter.
Een grotere ingebouwde tank, of een aparte tank die ter plaatse wordt bijgevuld, is wel een opslagplaats. Diesel draagt bijna altijd het pictogram GHS02 (ontvlambaar), dus geldt rubriek 17.3.2.1.1. Voor een bedrijf is dat klasse 3 vanaf 100 kg tot 20 ton. Aan 0,833 kg per liter (Departement Omgeving) is 100 kg ongeveer 120 liter.
Vanaf hoeveel liter een aparte dieseltank op een bedrijf ingedeeld is
In Wallonië is opslag van diesel klasse 3 van 3.000 tot 25.000 liter, en klasse 2 van 25.000 tot 250.000 liter. In Brussel is een dagtank in het aggregaat geen aparte opslag. Een bestaande opslag tot 3.000 liter wordt in het lokaal van het aggregaat gedoogd; nieuwe opslag komt elders.
Tip
Vraag voor je bestelt het thermisch vermogen, het tankvolume en het veiligheidsinformatieblad van de diesel op. Die drie documenten bepalen welke rubriek geldt.
Moet een noodstroomaggregaat gekeurd worden volgens het AREI, en wat moet de netbeheerder weten?
Ja. Een vast opgesteld aggregaat hoort bij je elektrische installatie, dus het AREI geldt. Een erkend keuringsorganisme controleert het voor de ingebruikname, en na een belangrijke wijziging of uitbreiding.
Daarna worden niet-huishoudelijke installaties om de 5 jaar gekeurd. Verplaatsbare, mobiele of tijdelijke installaties krijgen elk jaar een keuring, net als zones met explosiegevaar en hoogspanning. Een aggregaat dat van werf naar werf trekt, wordt dus jaarlijks gekeurd.
Houdt het aggregaat veiligheidstoestellen in bedrijf, dan stelt het AREI eigen eisen aan een veiligheidsbron. Die moet automatisch inschakelen, in een geschikte, verluchte ruimte staan die daarvoor bestemd is, en minstens een keer per jaar onder belasting getest worden. Ons artikel over de keuring van je noodstroomaggregaat zet ze op een rij.
Let op
Veel pagina's spreken over een "SCIOS-keuring" voor aggregaten. Dat is een Nederlandse verplichting onder het Nederlandse Bal, waar noodvoorzieningen onder 500 uur om de vier jaar gekeurd worden. In België volg je het AREI en de milieuregels van je gewest.
Voor de netbeheerder telt een vraag: werkt het aggregaat ooit parallel met het net? Een omschakelaar die het net loskoppelt voor het aggregaat overneemt, houdt de twee gescheiden.
Het technisch voorschrift Synergrid C10/11 noemt een eenheid die enkel een eiland voedt een noodvoedingssysteem. Die mag maar sporadisch en kort parallel werken, bijvoorbeeld hoogstens 5 minuten per omschakeling. Elke parallelname komt in een logboek.
Belangrijk
Sluit een aggregaat nooit aan op een stopcontact of een bord zonder degelijke omschakelaar. Het AREI vraagt een beveiliging tegen parallelwerking voor bronnen die daar niet voor ontworpen zijn.
Hoeveel lawaai mag een noodstroomaggregaat maken?
Nieuwe aggregaten onder 400 kW moeten onder een Europese geluidsgrens blijven, en elk aggregaat draagt zijn gewaarborgd geluidsvermogen op een label. Dat regelt de Europese richtlijn 2000/14/EG over geluid van materieel voor buitenshuis. Vergelijk dat label voor je kiest.
Waar het aggregaat staat, is de andere helft. In Vlaanderen volgen ingedeelde inrichtingen de geluidsregels van VLAREM, en vrijgestelde noodmotoren onder 1 MW moeten nog aan een deel ervan voldoen. Voor andere niet-ingedeelde machines kan een gemeentelijke of politieverordening gelden.
De buren horen vooral de testbeurten, niet de zeldzame echte panne: plan ze op weekdagen tijdens de werkuren en hou ze kort.
Wil je weten of een batterij je aggregaat minder vaak laat starten? Bel ons of stuur een bericht.
Wat verandert een batterij aan de vergunning van je aggregaat?
Een batterij neemt de korte pannes en het dagelijkse werk over, zodat het aggregaat een echte noodstroomgroep kan blijven. Het aggregaat start pas als een panne langer duurt, dus de draaiuren blijven laag.
Het lost ook een Brussels probleem op: daar mag een noodstroomaggregaat geen pieken afvlakken, een batterij wel. In Vlaanderen beschermt dezelfde verdeling de noodstatus.
Er is een valkuil. Laadt het aggregaat elke dag de batterij, of vlakt het een piek af, dan wordt het een productie-installatie. Dan veranderen de drempels, de geluidsregels en de emissieregels, en in Vlaanderen telt het niet meer als noodstroomgenerator.
Dat kan de juiste keuze zijn. In Maasmechelen maakt ons semi off-grid systeem (24 kVA, 30,8 kWh) een stroomgroep voor noodgevallen ook nuttig. De klant kiest tussen het net of de stroomgroep om de batterij te laden.
De boerderij in St-Georges-sur-Meuse toont de andere richting. Zonder aansluiting in de straat werkte ze volledig op een stroomgroep. Met zonnepanelen en een batterij van 46,2 kWh dient de generator nu enkel als back-up. Ons artikel over een generator met batterij combineren legt uit hoe ze het werk verdelen.
Boven een bepaalde grootte heeft de batterij eigen milieuvoorwaarden, een eigen keuring en brandveiligheid. Een batterij die elke dag pieken afvlakt, is geen noodvoedingssysteem maar een energieopslagsysteem: in Vlaanderen meld je die bij Fluvius. Ons artikel over brandveiligheid, vergunning en keuring van een bedrijfsbatterij behandelt de batterijkant.
Ons oordeel
Een klein aggregaat met ingebouwde tank voor zeldzame pannes blijft simpel: registreer de uren, laat het keuren, test het. Een batterij verdient haar plaats als ze ook elke dag werkt, op pieken of zonnestroom, en houdt het aggregaat in zijn rol als noodstroom.
Veelgestelde vragen
Heeft een aggregaat op een aanhangwagen een vergunning nodig?
In Vlaanderen geldt een aggregaat dat regelmatig op dezelfde plaats draait als vast opgesteld, ook op een aanhangwagen. Enkel werfaggregaten voor de eigenlijke bouw-, sloop- of wegeniswerken vallen erbuiten. Lees ons artikel over de werfbatterij voor het alternatief.
Moet ik de uitstoot van mijn noodstroomaggregaat laten meten?
In Vlaanderen meestal niet. VLAREM legt geen emissiegrenswaarden op voor motoren onder 300 kW thermisch ingangsvermogen of onder 100 uur per jaar, dus er is geen meetplicht.
Tellen testbeurten mee voor de 100 uur?
Ja. De Vlaamse vrijstelling kijkt naar de uren in bedrijf per kalenderjaar, dus noteer elke testbeurt en elke panne.
Moet mijn verzekeraar het aggregaat kennen?
Meld een vast aggregaat en een brandstoftank aan je verzekeraar, en hou het keuringsverslag bij de hand. Polissen verschillen, dus lees de voorwaarden van de jouwe.
Wat als de netbeheerder het afschakelplan activeert?
Dan doet je aggregaat waarvoor een noodstroomgenerator bedoeld is. Ons artikel over het afschakelplan voor bedrijven legt het plan uit. Voor koelcellen, zie hoe lang een batterij je koelcel koel houdt.
Wil je dat je aggregaat minder vaak moet starten?
Vertel ons wat je aggregaat voedt, hoe vaak het start en wat moet blijven draaien. We lijsten de verbruikers en de pannes op, en monitoren je verbruik eerst als er gegevens ontbreken.
Daarna kiezen we het vermogen en de capaciteit van de batterij en hoe batterij en aggregaat samenwerken, en installeren we het systeem. Je volgt het in de app en het VRM-portaal.
Onze batterijsystemen voor bedrijven gaan van kleine kmo-installaties tot modulaire systemen tot 1 MW.
Bronnen
- Departement Omgeving: generatoren, VLAREM-rubrieken 12.1 en 31.1
- Departement Omgeving: indeling opslag diesel, rubrieken 6.4 en 17.3.2.1.1
- Vlaanderen.be: omgevingsvergunning, melding of vrijstelling
- Wallex: Waalse lijst van ingedeelde installaties (BWR van 4 juli 2002, gecoördineerd)
- Wallonie.be: verklaring klasse 3
- AKT for Wallonia, milieucel: aggregaat en permis d'environnement
- Leefmilieu Brussel: noodstroomgroepen (groupes de secours)
- FOD Economie: controles van niet-huishoudelijke elektrische installaties
- FOD Economie: AREI boek 1 (2026)
- Synergrid: technisch voorschrift C10/11, editie 2.4
- EUR-Lex: richtlijn 2000/14/EG over geluid van materieel voor buitenshuis
- IPLO (Nederland): keuringsplicht voor stookinstallaties